Interactief avontuur

de ontvangst van Beyond Leidsche Rijn

Lotte Haagsma, gepubliceerd in ‘Beyond Leidsche Rijn. Kunst als strategie bij verstedelijking’, NAi Uitgevers 2009

Op een tijdelijke rotonde aan de rand van het nieuwe stadsdeel Leidsche Rijn verschijnt in 2006 een wonderlijke verzameling sculpturen. Bijeengebracht door de kunstenaar Manfred Pernice staat een aantal bronzen beelden een beetje verloren in een rommelig niemandsland tussen oude en nieuwe stad. Om hen heen zoekt het verkeer zijn weg. Roulette is de titel van dit meerjarige kunstproject. Elke zes maanden selecteert Pernice een aantal beelden uit de collectie kunst in de openbare ruimte van de gemeente Utrecht voor een nieuwe compositie op de rotonde. De sculpturen worden van hun oorspronkelijke sokkels gelicht en naar Leidsche Rijn gebracht. In Utrechtse parken en op pleinen ontstaan lege plekken.

In Roulette komen vele verhalen samen. De continue beweging die het stedelijk leven genereert, de relatie tussen stad en periferie, de visuele werking van beeldende kunst op pleinen en in straten, en de band die mensen met deze stille gezellen onderhouden. Want, kunst in de openbare ruimte mag soms weerstand oproepen, ze leidt ook tot gevoelens van diepe genegenheid. Sommige mensen in Utrecht zien ‘hun’ beelden met lede ogen vertrekken naar de rotonde bij Leidsche Rijn. Buurtcomité Tuindorp-Oost protesteert heftig tegen het weghalen van De Barmhartige Samaritaan – een beeld van Piet Esser dat als het symbool van hun wijk visitekaartje en buurtkrant siert. (1)
In de kunstwereld wordt het werk van Pernice ontvangen als een spannend spel met de werking van kunst in de openbare ruimte. Een subtiel en geslaagd concept, noemt Sandra Spijkerman het in Trouw (2). En ‘een in artistiek opzicht uiterst complexe poging de regels voor het functioneren van monumentale sculptuur in de samenleving te doorgronden’, schrijft Domeniek Ruyters in Metropolis M (3).
Manfred Pernice realiseert Roulette op uitnodiging van Beyond Leidsche Rijn. In het scenario dat ten grondslag ligt aan Beyond wordt gesproken van een ‘strategisch plan van actie’, waarbij het gaat om ‘de verkenning van de denkbare relatiepatronen tussen landschap, bouwprogramma en kunst’. (4) De kunst zal zich niet langer volgzaam voegen naar de bestaande gebouwde omgeving, maar vanaf een vroeg stadium, parallel aan de bouw, een onderzoekende en initiërende rol spelen bij de ontwikkeling van de nieuwe wijk. Daarbij wil Beyond actuele tendensen in de beeldende kunst en maatschappelijke ontwikkelingen in het publieke domein samenbrengen.

Mobiele architectuur
In het scenario zijn een aantal strategieën geformuleerd om op een dynamische manier te werken aan bovenstaande doelstellingen. Een daarvan is de plaatsing van parasites; kleinschalige, lichtgewicht en makkelijk verplaatsbare bouwwerken die als broedplaatsen ‘voor nieuwe vormen van stedelijkheid en nieuwe vormen van gemeenschap’ kunnen functioneren. (5) In 2003 introduceert Beyond het fenomeen in Leidsche Rijn met de manifestatie Parasite Paradise. Hoewel de parasite aan het begin van deze eeuw overal opduikt – zoals het gifgroene gebouwtje van Korteknie Stuhlmacher Architecten op het dak van pakhuis Las Palmas tijdens Rotterdam Culturele Hoofdstad 2001 en, in datzelfde jaar, de door SKOR georganiseerde tentoonstelling Mobiele Architectuur op het Storkterrein in Amsterdam – biedt Beyond met vijfentwintig voorbeelden van kunstenaars en architecten een zeer gedifferentieerd en uitgebreid overzicht van deze ultralichte bouwvorm. De openluchttentoonstelling genereert dan ook veel aandacht en publiciteit. In een column in Cobouw (dagblad voor de bouwwereld) raadt Piet Vollaard zijn lezers een bezoek aan: ‘Vrijwel alle recente klassiekers die op het gebied van nomadisch, autarkisch, licht en gerecycled wonen zijn bedacht, zowel in Nederland als uit het buitenland, zijn hier bij elkaar te bewonderen.’ (6) En in locale kranten klinkt de verzuchting ‘eindelijk horeca in Leidsche Rijn’. Want het mobiele dorp biedt vele voorzieningen die nog ontbreken in het nieuwe stadsdeel, zoals een restaurant, bar, bioscoop en theater. Hoewel het bezoek uit de buurt aan tafel en terras aanvankelijk tegenvalt, vinden veel Leidsche Rijners uiteindelijk de weg naar het vrolijke buurtje aan de rand van hun wijk.

Er is ook kritiek. De plaatsing van de parasites op veilige afstand van de wijk, ‘als een onschadelijke enclave, achter een traliehek’, zoals Anne van Driel in de Volkskrant schrijft (7), roept bij haar en andere recensenten vraagtekens op. Net als het nogal klassieke stedenbouwkundig plan van de Belgische architect Luc Deleu. Is dit nu de manier om de stedelijkheid van het gebied op te schudden? Deleu heeft de mobiele bouwsels netjes gegroepeerd langs een hoofdstraat en centraal plein, met een boerderij, camping en vijver in het buitengebied. Petra Brouwer noemt het dorp in De Witte Raaf een attractiepark: ‘Het plan lijkt rechtstreeks te zijn overgenomen van Disneyworld: Mainstreet is immers de meest universele dorpstraat ter wereld’. (8) Kortom, ondanks het enthousiasmerende experiment, wordt het kritische potentieel van de manifestatie door sommigen in twijfel getrokken. Toch is het project, volgens Linda Vlassenrood in Architectuur Lokaal, door de confrontatie tussen mobiele, flexibele architectuur en de vinexwijk, ‘in al haar tegenstrijdigheden een goede poging om aan het keurslijf van de Nederlandse regelgeving te ontsnappen’. (9)
Het blijft dan ook niet bij een eenmalige attractie. De tentoonstelling vormt voor twee parasites – de Nomads in Residence/No.19 van Bik Van der Pol en Korteknie Stuhlmacher Architecten en De Parasol van Milohnic & Paschke – het startschot voor een langdurig verblijf in de wijk. De Nomads functioneert als gastenverblijf voor kunstenaars die op uitnodiging van Beyond een periode in Leidsche Rijn komen werken en De Parasol dient tijdelijk als buurthonk voor de wijk Terwijde. En er volgen meer. Zoals de Paper Dome van de Japanse architect Shigeru Ban, een groot koepelvormig paviljoen dat vlak na de manifestatie op de toekomstige bouwplaats van Leidsche Rijn Centrum wordt geplaatst.

Van hardware naar software
Met de tentoonstelling Pursuit of Happiness richt Beyond zich in 2005 op het welbevinden van de mens in zijn nieuwe woonplaats. Van de hardware naar de software, zoals het Artistiek Team van Beyond de overgang noemt. Van projecten die in eerste instantie een fysieke en ruimtelijke reactie op Leidsche Rijn zijn, naar kunstwerken die zich richten op sociale en maatschappelijke thema’s, op de bewoners en hun dromen, verlangens en idealen.
Een tiental kunstenaars wordt uitgenodigd om in reactie op de wijk een kunstwerk te maken over het streven naar geluk. Lieveling van pers en publiek is een jammerende Erik van Lieshout, die in zijn video UP! heel persoonlijk en pontificaal zijn moeizame zoektocht naar geluk etaleert. Verder draait er een uitgebreid videoprogramma met werk van onder anderen Santiago Sierra, Marijke Warmerdam, Anri Sala, Querine Racké en Helena Muskens, waarin het paradijselijke ideaal van de nieuwbouwwijk ter discussie wordt gesteld dan wel geconfronteerd met de overlevingsdrang van mensen aan de onderkant van de maatschappij.
Waar de meeste deelnemende kunstenaars aan Pursuit of Happiness op enige afstand blijven van Leidsche Rijn en haar bewoners, zoekt de Turkse kunstenaar Esra Ersen contact. Ze steekt een groepje hangjongeren uit de wijk in stoere leren jassen, bedrukt met door henzelf gekozen teksten. Meteen na de opening worden de jassen uit de tentoonstelling gestolen. Voor het kunstwerk misschien een toepasselijke afloop van een interactief avontuur, maar de jongeren doet het geen goed. Er wordt gesproken over rivaliserende bendes en sommigen verdenken de jongens zelf van verduistering. Ondanks de goede bedoelingen van de kunstenaar voelen de jongeren zich gestigmatiseerd, neergezet als jeugdbende. ‘We zijn helemaal geen gang. We zijn gewoon vrienden,’ vertellen zij Inge van den Blink, die hen interviewt voor het Utrechts Nieuwsblad. (10)

De meeste aandacht en waardering van zowel publiek als pers gaat uit naar het paviljoen van Stanley Brouwn dat kort voor de opening van Pursuit of Happiness wordt opgeleverd, en met de tentoonstelling wordt ingewijd. Dit werk ‘gaat niet over geluk, maar maakt gelukkig’, aldus Bert Mebius in het tijdschrift Tubelight (11). Bertus Mulder, de architect die ervoor zorgt dat Brouwns idee voor Het Gebouw kan worden uitgevoerd en eerder onder meer het Rietveld Schröderhuis restaureerde, zegt in een interview met de Volkskrant: ‘De techniek om het te kunnen maken was er destijds niet. Maar dit huis had Rietveld graag willen bouwen.’ (12) Volgens Frank Hemeltjen op de website ArchiNed is de publiciteitsschuwe kunstenaar ook als bouwmeester ‘een ware Houdini’. ‘De maker is feitelijk onzichtbaar, maar als regisseur en reisleider neemt hij de meest prominente rol voor zijn rekening. In een notendop ervaart de bezoeker de plek, de plaats, de verte en daarmee de idee van afstand.’ (13)

Ongevraagde kunst die ontregelt
Door de jaren heen is er in het buitenland veel belangstelling voor de manier waarop Beyond in Leidsche Rijn werkt aan een programma voor kunst in de openbare ruimte. Medewerkers van Beyond ontvangen gasten uit heel Europa en zelfs Amerika in Leidsche Rijn en worden uitgenodigd om over hun ervaringen te vertellen in onder anderen België, Duitsland, Zwitserland, Italië en Polen. Bijzonder aan Beyond in een internationale context is aan de ene kant de opzet; het werken met een dynamisch scenario waarmee wendbaar kan worden ingegaan op voortgaande ontwikkelingen en een bureau dat geld krijgt om gedurende meerdere jaren aan een samenhangend programma te werken. Daarnaast is men onder de indruk van de schaal van het project en van de internationale selectie kunstenaars van naam en faam, die – ondersteund door het bureau – een grote mate van artistieke vrijheid genieten.
In Leidsche Rijn zelf ontmoet Beyond echter de nodige weerstand. In columns en ingezonden brieven klinkt de onvrede. De kunst wordt weinig toegankelijk en vaak zelfs onbegrijpelijk gevonden. Beyond is te veel gericht op een nationaal en internationaal kunstpubliek en te weinig op de inwoners van Leidsche Rijn. En niet alle bewoners hebben begrip voor het feit dat er ambitieuze kunstprojecten plaatsvinden terwijl zij nog omringd worden door zandvlaktes, elementaire voorzieningen ontbreken en de infrastructuur verre van op orde is. Of zoals een bewoner naar aanleiding van Parasite Paradise opmerkt: ‘Ik begrijp best dat het geld uit een ander potje komt, maar het steekt toch een beetje. Hier verrijst razendsnel een kunstenaarsdorp en onze huizen zijn heel leuk ontworpen, maar de gemeente wil niet eens even gras inzaaien zodat al dat zand niet meer door de wijk stuift.’ (14)
Rond de tijd dat de tentoonstelling Pursuit of Happiness in de kunstwereld goed wordt ontvangen bereikt de kritiek op Beyond in Utrecht en Leidsche Rijn een hoogtepunt. Als de gemeente drastisch dreigt te snijden in de subsidie voor amateurkunst in Leidsche Rijn, wordt er verontwaardigd gewezen op de 3,5 miljoen euro die de gemeente in Beyond steekt. (15) Daarvoor krijgt de Leidsche Rijner ‘ongevraagde kunst die uitdaagt, vragen stelt en ontregelt’, schrijft dichter Ingmar Heytze in een column voor het Utrechts Nieuwsblad, terwijl deze behoefte heeft ‘aan cultuur die mensen met elkaar verbindt’. (16) Enkele gemeenteraadsleden stellen voor het budget van Beyond opnieuw te bekijken.

Maar de soep wordt niet zo heet gegeten. Alle rumoer leidt er uiteindelijk toe dat de bezuiniging op amateurkunst wordt teruggedraaid. Koepelorganisatie Cultuur 19 kan haar programma met cursussen, festivals en voorstellingen voortzetten – onder anderen in de door Beyond naar Leidsche Rijn gehaalde Paper Dome van Shigeru Ban. Ook het budget van Beyond blijft ongemoeid. De ingeslagen weg kan worden vervolgd.
Toch verandert er iets. Niet dat Beyond haar ambities bijstelt, de oriëntatie blijft onverminderd internationaal en de kunstenaars houden klinkende namen – zoals de internationaal gevierde Dominique Gonzalez-Foerster die in 2006 de tweeling parasites Sainte Bazeille realiseert. Maar de Leidsche Rijners worden regelmatiger direct bij het proces betrokken. Bij het project House for Sale, mag het publiek datzelfde jaar uit drie ontwerpen haar favoriete kunstenaarshuis kiezen. Het Kasteel van Hans Aarsman en Erik Kessel, een ‘safehouse’ voor het vrije woord, komt daarbij als winnaar uit de bus. Silke Wagner en Sebastian Stöhrer nodigen – ook in 2006 – onder het motto ‘Everyone is an expert’ inwoners van Leidsche Rijn uit om hun specialisme over te brengen op buurtgenoten. De Nomads in Residence functioneert daarbij als podium voor salsalessen, optredens van lokale muzikanten, workshops didgeridoo maken en Mandala’s tekenen.
En een jaar later heeft de Engelse kunstenaar Sophie Hope veel succes met haar community art-project Het Reservaat. Zij laat bewoners in een even simpele als ingenieuze omkering reflecteren op hun eigen leven. Hoe zal er in het jaar 3007 gedacht worden over de nieuwbouwwijk anno 2007? Van welke voor ons zo vanzelfsprekend aspecten zullen onze verre nakomelingen met verbazing de resten opgraven? Deze archeologie van de toekomst werd niet alleen voor, maar vooral ook samen met Leidsche Rijners ontwikkeld. Via scholen, organisaties en individuele bewoners komt Hope met hen in contact en samen werken zij aan de invulling van haar concept. Op de dag zelf zijn zo’n 80 vrijwilligers in touw om het theaterstuk in goede banen te leiden. Er komen ruim 1000 bezoekers op Het Reservaat af, het merendeel inwoners van Leidsche Rijn. Lokale kranten doen met veel foto’s verslag van een zomerse dag vol vrolijke activiteit.

Plaatsmaken
De jongste generatie nieuwbouwwijken zou niet leiden tot de zoveelste slaapsteden, maar tot nauw met de oude stad verbonden compacte en levendige gemeenschappen, met stedenbouwkundige plannen die zich tot de geschiedenis van de plek verhouden en een afwisselende variatie aan architectuur. Zo zagen de samenstellers van de Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening Extra (VINEX) de nieuwe wijken, later ‘vinexwijken’ genoemd, voor zich. De realiteit is, zoals vaak, anders. De meeste vinexwijken hebben zich tot monofunctionele woongebieden ontwikkeld (17). Rijtjeshuizen bepalen het beeld – ook in het enorme nieuwe stadsdeel dat zich in sneltreinvaart tegen de oude stad Utrecht aanvlijt. Dat maakt het, zeker in het begin, als de eerste bewoners hun huizen betrekken en zandvlaktes het gebied domineren, niet eenvoudig voor kunstenaars om aanknopingspunten te vinden voor een werk. ‘Een beetje een spookstad’ vindt het duo Wagner en Stöhrer Leidsche Rijn overdag, wanneer de meeste inwoners de wijk hebben verlaten om te gaan werken (18). En ‘There is no here there. There is no there here’, verwoordt Adam Kalkin zijn gevoel van contextloosheid en tabula rasa (19).
Toch is het Beyond gelukt om een bijdrage te leveren aan het tot leven komen van een publiek domein in Leidsche Rijn. De tijdelijke paviljoens spelen daarin een belangrijke rol. De Paper Dome en Het Gebouw worden intensief gebruikt. Er vinden concerten, discussieavonden, workshops, feesten en tentoonstellingen plaats; soms door Beyond georganiseerd, maar vaker door derden. Langzamerhand weet nauwelijks nog iemand dat Beyond deze plekken initieerde. De bewoners van Leidsche Rijn hebben zich de paviljoens toegeëigend – een groter compliment kan men zich nauwelijks wensen.
Daarnaast functioneert de Nomads in Residence door de jaren heen als uitvalsbasis voor vele kunstenaars en dient soms ook als podium voor een kunstwerk. Kunstwerken die regelmatig de vorm aannemen van ontmoeting en uitwisseling. Daarmee sluit Beyond aan bij een ontwikkeling van kunst in de openbare ruimte die zich sinds de jaren negentig uitdrukkelijk engageert met sociale en maatschappelijke thema’s. Niet langer staat deze kunst stilletjes in een plantsoen en laat het leven aan zich voorbijtrekken. Het kunstwerk doet mee, communiceert, beweegt, stapt van haar sokkel, wordt soms zelf de sokkel, als drager en aanjager van ervaringen.

Misschien is Beyond voor Leidsche Rijn nog wel het meest betekenisvol geweest in het maken van ‘plaats’ – in de betekenis die ontwerpers en sociologen aan het begrip placemaking geven: de ontwikkeling, doormiddel van sociale processen, van een abstracte fysieke ruimte naar een beleefde ruimte – door afwijkende gebeurtenissen te ensceneren op vaak nog oningevulde plekken in een uitgestrekte zee van woningen.
Langzamerhand nadert de dag dat Beyond haar programma afrondt. Dat betekent niet het einde van kunst in Leidsche Rijn. Anderen zullen het stokje overnemen, en ondanks alle tijdelijkheid laat Beyond ook fysiek haar sporen na. In september 2009 sluit het kunstprogramma af met de installatie van zeven permanente beelden in het toekomstige Leidsche Rijn Park. Zes daarvan werden door het artistiek team van Beyond geselecteerd. Het zevende kozen de inwoners van Leidsche Rijn zelf: vanuit een door Lucas Lenglet ontworpen veertien meter hoog observatorium kan de bezoeker van het park straks de omgeving overzien. Misschien staat dan ergens in zijn blikveld Het Gebouw van Stanley Brouwn. Nu markeert het paviljoen met zijn even pure als magische vorm nog de toegang tot de wijk, maar als de bouw van Leidsche Rijn Centrum start zal hopelijk een even markante locatie worden gevonden. Want het werk van een van de grootmeesters van de Nederlandse conceptuele kunst heeft zich langzamerhand in het geheugen van de wijk gegrift. Net als De Barmhartige Samaritaan van Tuindorp-Oost, maakt Het Gebouw kans op logo-status.

Noten:
1. Eddy Steenvoorden, ‘Geen Samaritaan op de rotonde!’, AD Utrechts Nieuwsblad, 7 maart 2006
2. Sandra Spijkerman, ‘De misvatting rotonde = kunst’, Trouw, 14 juni 2008
3. Domeniek Ruyters, ‘Regels voor het sculpturenpark’, in Metropolis M nr. 5 2008, pagina 50
4. Bernard Colenbrander, ‘Beyond Leidsche Rijn. De Vinex-opgave voor de kunst’, scenario voor Beyond, januari 2001, pagina 4
5. ibidem, pagina 6
6. Piet Vollaard, ‘Vakantiewonen’, Cobouw, 19 augustus 2003, pagina 7
7. Anne van Driel, ‘Parasiet naast het nieuwbouwparadijs’, de Volkskrant, 7 augustus 2003, pagina 15
8. Petra Brouwer, ‘Parasite Paradise’, De Witte Raaf nr 105, sept/okt 2003
9. Linda Vlassenrood, ‘Parasite Paradise. Pleidooi voor tijdelijke architectuur en flexibele woningbouw’, Architectuur Lokaal nr 42, november 2003, pagina 23
10. Inge van den Blink, ‘Gaat het om de jassen of om ons’, AD Utrechts Nieuwsblad, 16 september 2005, pagina 30
11. Bert Mebius, ‘Weet je wat mij wel goed lijkt? India!’, Tubelight 40, sept/okt 2005, pagina 12
12. Rob Gollin, ‘Eén Stanley Brouwn-voet is 26 centimeter’, de Volkskrant, 25 augustus 2005, pagina 15
13. Frank Hemeltjen, ‘De verschijning van Stanley Brouwn’, ArchiNed, 2 december 2005
14. Inge v.d. Blink en Anka v. Voorthuijsen, ‘Van apekool tot dolle dromen’, Utrechts Nieuwsblad, 23 augustus 2003, pagina 45
15. Wouter De Heus, ‘Gemeenteraad opent wederom aanval op ruimgevulde Beyond-kas’, Ons Leidsche Rijn, 26 oktober 2005, pagina 2
16. Ingmar Heytze, ‘Containerkunst’, AD Utrechts Nieuwsblad, 21 november 2005
17. Jelte Boeijenga en Jeroen Mensink, Vinex Atlas, Uitgeverij 010, 2008, pagina 43
18. Joëlle Poortvliet, ‘Parasites in Leidsche Rijn’, AD Utrechts Nieuwsblad, 29 juni 2006, pagina 17
19. Inge van den Blink, ‘De stad Utrecht is hier ver te zoeken’, Utrechts Nieuwsblad, 4 november 2004, pagina 13

Toon alle artikelen

Keer terug naar de homepage