Parasite Paradise

Paradijs in de VINEX

Lotte Haagsma, gepubliceerd in Metropolis M, nr 5, 2003

In de gedeeltelijk gerealiseerde Vinexlocatie Leidsche Rijn, waar schuttingen, ijzeren hekken en strak geplaveide straten de buitenruimte domineren, is op een nog onbebouwd lapje grond Parasite Paradise neergestreken, een kamp met nomadische en experimentele architectuur. Dit tijdelijke kunstdorp is een klein en aangenaam nonchalant oord gelegen temidden van het redelijk gedifferentieerde, maar oh zo gladgestreken nieuwe stadsdeel van Utrecht.

Parasite Paradise is onderdeel van Beyond, een meerjarig kunstproject speciaal ontwikkeld door de gemeente Utrecht in samenwerking met SKOR (Stichting Kunst in de Openbare Ruimte) voor de enorme Vinexwijk. Parasite Paradise biedt een compleet dorp met onder meer woningen, een café, een restaurant, een hotel, een bioscoop, een tuin, een boerderij en een camping. Alles is mobiel of tijdelijk en van gerecycled of lichtgewicht materiaal.
Indrukwekkend is bijvoorbeeld het Lichtspielhaus van de kunstenaars Wolfgang Winter en Berthold Hörbelt. Het is gemaakt van lege bierkratten en bedoeld als theater. Door de prachtige lichtinval heeft het, als er geen voorstelling plaatsvindt, iets van een kapel, een wegwerpkerk. Leuk zijn de eenminuten (films met een speelduur van één minuut) in een mobiele bioscoop met plaats voor hoogstens vier personen. Intrigerend is de opblaasbare semi-transparante zuil Agora Phobia van Karen Lancel, die zich midden op het dorpsplein bevindt. Hierin opgesloten kan een persoon per computer contact maken met andere geïsoleerd levende mensen in naar keuze een gevangenis, een klooster of een asielzoekerscentrum.
Op het weiland achter het dorpscentrum staat de mobiele boerderij van Atelier van Lieshout, onderdeel van AVL-ville. Ernaast staat de CampingFlat van Kevin Braak, een steiger van vier verdiepingen met tenten erop, waar men daadwerkelijk kan komen kamperen. Overnachten kan verder nog in het Mini Capsule Side Entrance, een soort konijnenhok voor mensen, ook van Atelier van Lieshout.

De opzet van Parasite Paradise was om tijdens de bouw van Leidsche Rijn gebruik te maken van de braakliggende ruimte en experimentele en tijdelijke architectuur te laten zien. ‘De tentoonstelling is een pleidooi voor het ongeregisseerde, voor het ongeplande en het ongebruikelijke.’ stelt artistiek leider Tom van Gestel.
In de jaren zeventig ontvluchten mijn ouders het volgens hen toen al overgereguleerde Nederland. Met twee kleine kinderen in een eendjebestel trokken zij naar Zuid-Frankrijk, ze kochten er een stuk land en gingen ‘back to basic’. De ruïne op het terrein werd een klein huis, de grond beneden bij de beek een moestuin die ons in leven moest houden. Er werd druk samengeleefd met andere jonge mensen die uit heel Europa op het prettige klimaat en de beschikbare ruimte waren afgekomen. Menig verbouwde bus deed het dorp aan en ‘up the hill’ ontstond een kleine commune.
Maar het vrije en autonome leven viel niet mee. Het was vermoeiend om steeds zelf alles uit te moeten zoeken en als je er van moest leven werd het verbouwen van groente een zware taak. Hetzelfde gold voor het vinden van alternatieve samenlevingsvormen. Veel tijd voor reflectie, boeken lezen en cultuur bleef er niet over. Vooral niet omdat je, zonder elektriciteit ’s avonds met de kippen op stok ging. Na drie jaar hielden mijn ouders het voor gezien.

Dat was dertig jaar geleden, tegenwoordig is het verlangen naar vrijheid en experiment van een andere orde. Het is vrijblijvender, de idealen uit de jaren zeventig zijn vervangen door een pragmatischer opstelling, men kiest voor lichte en tijdelijke varianten. ‘De nomadische onderkomens in Parasite Paradise zijn multifunctioneel, mobiel en makkelijk verplaatsbaar, als een accessoire die naar believen opgespeld en afgedaan kan worden,’ schrijft Beyond in haar folder. De hippie als consument.
De vrijstaat AVL-ville van Atelier van Lieshout kon op kleine vergeten stukken grond in het ongepolijste havengebied van Rotterdam, (voor korte tijd) haar ruwheid en autonomie ten volste uitbuiten. De omgeving van Parasite Paradise is zo keurig dat de experimentele projecten niet kunnen ontsnappen aan een sfeer van onschuldig vermaak. Het is een soort speeltuin voor kunst en architectuurliefhebbers, waar men, binnen de omheining van het terrein, een klein beetje onaangepast mag zijn.
Op zichzelf doet dit niets af aan de kwaliteit van de gepresenteerde projecten. Het maakt alleen pijnlijk duidelijk hoe alomtegenwoordig de hedendaagse regelzucht is. Er is geen ontsnappen aan. In haar angst voor het onverwachte, ongeluk, armoede en de dood, probeert de moderne maatschappij steeds meer grip te krijgen op het leven, ten koste van de improvisatie en het avontuur. Flexibiliteit is het synoniem geworden voor altijd beschikbaar zijn en alles binnen handbereik hebben, en niet voor ‘roeien met de riemen die je hebt en er het beste van maken’. Het plezier van de improvisatie legt het af tegen het verlangen naar zekerheid.

De hedendaagse kunstwereld is een vrijplaats waar anti-globalisten hun boodschap kunnen verkondigen, waar alternatieve documentairemakers hun verhalen kunnen vertellen en waar architecten hun experimenten kunnen tonen. Ze biedt hen de vrijheid en de middelen. Binnen hun eigen domein krijgen ze die ruimte niet, maar van kunst wordt nog wel geaccepteerd – en zelfs verwacht – dat er onverwachte dingen gebeuren. Dat kan alleen bij de gratie van de relatieve autonomie van de kunstwereld en door haar afstand tot het alledaagse leven. Die afstand, die veel kunst van tegenwoordig zo graag wil verkleinen, is tegelijkertijd ook de kracht van de kunst, hierdoor kunnen de ontwikkelingen, verlangens, preoccupaties en bewegingen in de maatschappij zichtbaar worden gemaakt en bekritiseerd. En misschien kan dat alleen maar door op een bepaalde manier onschadelijk te zijn. Als Parasite Paradise werkelijk ongereguleerd was geweest, en dus ‘schadelijk’, was het allang ontruimd.

Parasite Paradise, Leidsche Rijn, Utrecht, 1 augustus t/m 28 september 2003

Bij NAi Uitgevers verscheen de publicatie Parasite Paradise, met essays van Gijs van Oenen, Ivan Nio, Hans Ibelings en Jennifer Allen, ISBN 90-5662-329-X.

Toon alle recensies

Keer terug naar de homepage