Tussen duurzaam en sociaal

Recensie van het boek 'The Responsible Object'

Lotte Haagsma, gepubliceerd in Metropolis M, no 1. feb/mrt 2017

Designhistoricus Marjanne van Helvert stelde een bundel samen met essays over sociaal en ecologisch duurzaam ontwerpen. De ondertitel van het boek, A History of Design Ideology for the Future, spreekt voor zich: in dit boek wordt zowel terug- als vooruitgekeken. Het heden vormt aanleiding om de geschiedenis opnieuw te onderzoeken en het verleden biedt vervolgens inspiratie voor de toekomst.

De geschiedenis van design werd lange tijd vooral neergezet als een opeenvolging van ontwerpers en stromingen. Die kenden weliswaar een sociaal en economische component, maar daarbij stond de vorm altijd voorop. In het boek The Responsible Object gaat de aandacht naar onderwerpen als schaarse grondstoffen, ambachtelijke productie, emancipatie, gender en de belofte van technologische vernieuwing. Hedendaagse thema’s die de blik op het verleden kleuren. Zo ontstaat een geschiedenis van het geëngageerde ontwerp waarin vorm van ondergeschikt belang is.

Uit verschillende essays blijkt dat het wringt tussen duurzaam en sociaal ontwerpen. Afval is verbonden met klasse. Goedkope producten zijn meestal gemaakt van inferieure materialen die snel in elkaar worden gezet en daardoor een korte levensduur kennen. Luxe producten zijn daarentegen vaker van goede kwaliteit, zowel wat betreft materiaal als productiewijze, en gaan daarom langer mee. Al in de negentiende eeuw kwam er, in reactie op de snelle industrialisatie, een tegenbeweging op gang waarin de botsende belangen tussen sociaal en duurzaam zichtbaar werden. Het eerste hoofdstuk in The Responsible Object handelt over het late werk van William Morris, vertegenwoordiger van de arts-and-crafts-beweging. Morris verzette zich tegen de effecten van het industrieel kapitalisme op arbeidsomstandigheden, productiemethoden en kunst. Aan het einde van zijn leven richtte hij de Kelmscott Press op, een uitgeverij van zeer exclusieve en kostbare boeken, die prachtig gedecoreerd en met de hand gemaakt werden. De kritiek was dat Morris boeken maakte voor de rijke bovenklasse, in plaats van, zoals het de actieve socialist die hij ook was betaamt, zich in te zetten voor de verspreiding van kennis onder de arbeidersklassen door middel van goedkope uitgaven. Maar, benadrukt Elizabeth Carolyn Miller, schrijver van het essay, door hun arbeidsintensieve, ambachtelijke productie en duurzame kwaliteit gingen Morris’ boeken in tegen de kapitalistische principes van massaproductie en -consumptie. Zijn socialistische betrokkenheid vertaalde zich vooral in goede arbeidsvoorwaarden voor de ambachtslieden die de boeken maakten.

Producten die lang meegaan en beschikbaar zijn voor mensen met weinig geld, dat is het ideaal. Vanzelfsprekend is dit niet, maar onder bepaalde omstandigheden wel mogelijk. Een hoofdstuk in The Responsible Object gaat over een programma dat de Engelse overheid in de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde om ervoor te zorgen dat er voldoende betaalbare kleding beschikbaar was voor de bevolking. De eenvoudige, maar kwalitatief hoogstaande kleding van de Utility Clothing Scheme was ook bereikbaar voor de allerarmsten, voor wie het voor het eerst mogelijk werd dergelijke kwaliteit aan te schaffen. In plaats van een tijdelijk en zo goedkoop mogelijk alternatief te bieden, waren de Utility-producten duurzaam en modern. Er zat een duidelijk emancipatoir ideaal achter: het publiek moest een moderne smaak worden bijgebracht. Schaarste zorgde voor ontwerpen met rechte lijnen, slanke silhouetten en nauwelijks decoratieve elementen.

Hoewel de invloed van sociaal-geëngageerd design ook na de Tweede Wereldoorlog doorwerkte, bijvoorbeeld in de Europese wederopbouwarchitectuur, kwam in de jaren vijftig toch vooral de consumptiecultuur tot volle wasdom. Het ontwerp is daarin allereerst gericht op de verkoop en beschikbaarheid van het product voor zoveel mogelijk mensen, en niet zozeer op verbetering of de invloed ervan op maatschappij en milieu.

Een uitweg uit de schijnbaar onvermijdelijke combinatie van duurzaam en elitair wordt tegenwoordig gezocht in het gebruik van digitale technologie en open source-strategieën om ontwerpen die goedkoop, eenvoudig en zuinig geproduceerd kunnen worden met het publiek te delen. Een van de laatste hoofdstukken is gewijd aan de FabLabs in Brazilië. FabLab is een wereldwijd netwerk van publieke werkplaatsen die zijn ingericht met 3D-printers en lasersnijmachines. Digitale technologie maakt het mogelijk om ontwerpen op eenvoudige wijze te delen en te produceren. Het lijkt een uitweg uit de massa-industrie met zijn overproductie en aanverwante verspilling. Kleinschalig, dichtbij, customized en do-it-yourself. Toch loopt het nog niet storm bij de Braziliaanse FabLabs, die bewust in arme wijken zijn opgericht om er de zelfredzaamheid te stimuleren. Blijkbaar is beschikbaarheid alleen niet voldoende.

Die weerspannige realiteit bracht Van Helvert ertoe in het laatste hoofdstuk een dialoog tussen de activist en scepticus in haar op te voeren. Ze geeft de activist het laatste woord en eindigt met een oproep tot voortzetting van de in het boek beschreven geëngageerde ontwerpbewegingen. Over kunst- en architectuurgeschiedenis zijn vele theoretische boeken volgeschreven, over design een stuk minder; daar overheerst vaak het koffietafelboek. Alleen daarom al is The Responsible Object een enorme aanwinst. Dat Van Helvert daarbij kiest voor een uitgesproken ideologische invalshoek, maakt het boek extra urgent in een tijd die roept om engagement.

The Responsible Object. A History of Design Ideology for the Future, Marjanne van Helvert (red.), Amsterdam: Valiz, 2016, ISBN 9789492095190

Toon alle recensies

Keer terug naar de homepage