De trein van 22 uur 32

Beiden in het zwart. Zij een kunstbontjasje, krulletjes sjaal en donkerrood geverfd haar, vastgezet met speldjes bij de slapen. Hij een recht jack en halflange zwarte lokken. Zij Dr. Martens aan haar voeten en een ringetje door haar wenkbrauw. Hij verder onopvallende gekleed. Op Utrecht Centraal komen de jongen en het meisje tegenover me zitten, in de intercity naar Rotterdam van tweeëntwintig uur tweeëndertig.

De jongen en het meisje wisselen nieuwtjes uit. Kennelijk kwamen ze elkaar onverwacht tegen op het perron. Hij was met ‘de zaak’ op een interactief bedrijfsuitje. Uit zijn zak komt een lijstje resultaten: vijftien keer geschoten, vijf keer raak. Zij was uit eten ter afsluiting van een cursus wiskunde. Bijspijkeren, moest voor haar studie psychologie. De groep zat beneden in een keldertje. Flessen wijn besteld die dertig gulden per stuk bleken te kosten. Het was erg gezellig.

Ze bespreken de Utrechtse uitgaansgelegenheden. De jongen heeft zich recentelijk lam gezopen in een homobar: was wel een belevenis, die mannen die niet van elkaar af konden blijven. Hij is buiten op de stoep over zijn nek gegaan. Zij heeft dat gehoord van wederzijdse vrienden. Ze zijn het erover eens dat stappen makkelijker zou zijn als ze in Utrecht op kamers zouden wonen. De jongen heeft net een advertentie geplaatst: Michiel, negentien jaar, zoekt kamer in Utrecht. Hij is nog geen negentien, maar wel bijna.

Het gesprek komt op een gezamenlijke vriendin die al op kamers woont, in een leuke buurt, niet ver van het centrum. Het meisje is er een tijdje geleden blijven logeren. Wel makkelijk, ’s morgens met de fiets naar de stad. De vriendin heeft een relatie met een Engelse jongen. Hij was twee weken nadat ze elkaar hadden leren kennen al bij haar ingetrokken. Best romantisch, vinden ze. Het samenwonen bleek overigens ingewikkeld: zij studeert en hij werkt, zo af en toe. Ze vragen zich af of het nog aan is. Ze vermoeden dat de relatie vooral spannend was omdat de vriend uit Engeland komt.

Tijdens een recente skivakantie heeft de jongen een meisje leren kennen. Ze is wat ouder dan hij: 21 jaar. Ze werkt en heeft een auto. Hij is het eigenlijk alweer een beetje zat. Ze hebben elkaar zo weinig te vertellen. Hij zit op de kunstacademie, dat vindt zij wel tof, maar echt begrijpen waar hij mee bezig is doet ze niet. Ze is mooi, echt een stuk, maar hij is niet verliefd. Zij wel, volgens hem.

Het meisje met de rode haren en de jongen in de zwarte jas stappen uit op station Gouda. Bij het verlaten van de trein moppert zij dat de bus naar huis zo weinig gaat, de laatste al om tien over elf.

De stilte valt in de coupé. Ik luister naar het suizen van de wind langs de wagon, het rammelen van de wielen over het spoor, het kraken van het interieur, het schuiven van een jas.