Passie, liefde en empathie

Interview met Pascale Gatzen

Lotte Haagsma in opdracht van Het Nieuwe Instituut, gepubliceerd op 18 april 2018

De master Fashion Design van ArtEZ in Arnhem is onder leiding van Pascale Gatzen radicaal vernieuwd. Sinds 2017 werkt Gatzen aan een curriculum dat de studenten zoveel mogelijk ruimte en ondersteuning biedt om hun eigen leerproces vorm te geven. Wat zijn haar opvattingen over talentontwikkeling, welke rol spelen het onderwijs en zijzelf als docent daarin?

Het doel van het vernieuwde curriculum is om deelnemers aan de master zo autonoom mogelijk te laten functioneren, zodat zij hun ontwikkeling en praktijk na de opleiding zelfstandig kunnen voortzetten, vertelt Pascale Gatzen. ‘We zijn niet op uitkomsten gericht. Er hoeft niet op een bepaald moment iets af. Wel moeten de studenten ieder semester twee publieke presentaties geven. Maar ook daar zijn geen vooraf vastgestelde kwaliteitscriteria voor. De invulling ervan moet vooral relevant zijn voor het doel dat ze zich op dat moment gesteld hebben. Het enige criterium dat echt telt is de bereidheid van de deelnemer om zich over te geven aan haar eigen leerproces, om dat zelf vorm te geven en daar autonomie in te ontwikkelen. En dat gebeurt fantastisch, moet ik zeggen.’

In het vroege voorjaar van 2019 zijn twee studenten bij het Openluchtmuseum in Arnhem een veld aan het ploegen om er vlas op te verbouwen. De een zaait een veld met een oppervlak van 25 m2 in de vorm van een T-shirt in, dat genoeg vlas op zal leveren om één T-shirt te produceren. Hij zal het hele productieproces in beeld vastleggen. De ander gaat op zoek naar natuurlijke middelen om vlas, dat een vrij weerbarstig materiaal is, te bewerken. Zij experimenteert nu met een fermentatieproces. Weer een andere student werkt met kinderen in de leeftijd van acht tot dertien jaar, een periode waarin ze hun eigen identiteit beginnen te vormen. Haar project gaat over zelfexpressie, ze laat de kinderen ervaren hoe zij zichzelf kunnen kleden door zelf kleding te maken in plaats van te consumeren.

Onconventioneel leerproces
De ervaring van autonomie die Gatzen deelnemers aan de master mee wil geven, is niet bedoeld als een puur individueel en op zichzelf gericht proces. Ze vindt het juist belangrijk dat de studenten de wens hebben om een positieve bijdrage te leveren aan de wereld. Onder de noemer Fashion Held in Common worden deelnemers uitgenodigd om de mode te benaderen als een mogelijkheid voor sociale, culturele, ecologische en economische verandering. En bij de toelating van nieuwe studenten speelt niet de kwaliteit van hun portfolio, maar het onderzoeksvoorstel dat ze doen een doorslaggevende rol, vertelt Gatzen. ‘We kijken of iemand vanuit een breder perspectief kan denken. Voor ons is vooral belangrijk dat iedereen die we aannemen zijn talenten en kwaliteiten zowel voor de eigen ontwikkeling als voor die van andere mensen willen inzetten. Daarnaast vragen we van de deelnemers de bereidwilligheid om een onconventioneel leerproces aan te gaan.’

Vanzelfsprekend komen er bij het zelfstandig vormgeven van dat leerproces, vragen naar boven: hoe structureer ik mijn praktijk als er geen deadlines zijn, hoe vind ik mijn ritme, hoe motiveer ik mezelf van binnenuit? Om de studenten hierin hun weg te laten vinden, heeft Gatzen de methode van Nonviolent Communication (NVC) geïntroduceerd. ‘Deze methode gaat ervan uit dat alles wat we doen voortkomt uit een bepaalde behoefte,’ legt ze uit. ‘Die behoefte is per definitie mooi en goed, alleen de uiting ervan, de strategie om die behoefte te bevredigen, kan negatief zijn, agressief zelfs. Door op zoek te gaan naar die onderliggende behoeftes, kun je begrip creëren en van daaruit verbinding. Met de deelnemers onderzoeken we vanuit welke behoeftes en waarden zij handelen.’

Achterliggende drijfveren
Deze benadering maakt dat talentontwikkeling in de master een heel ander karakter heeft dan in de bachelor Fashion Design bij ArtEZ, waar nog heel specifiek gewerkt wordt aan het opleiden van modeontwerpers. ‘In de toelatingscommissie van de bachelor kijk je vooral of een persoon het potentieel heeft om een goede modeontwerper te worden,’ vertelt Gatzen. ‘Je zoekt naar een zekere virtuositeit in relatie tot een specifiek medium, dat geldt net zo goed voor grafisch ontwerp of het bespelen van een muziekinstrument, als voor het ontwerpen van mode. Maar niet iedereen die voor een modeopleiding kiest, heeft het in zich om een succesvol modeontwerper te worden. Sommigen hebben misschien een heel ander talent, dat er op een opleiding gericht op het afleveren van het volgende grote modetalent, niet goed uitkomt. Misschien is die persoon veel beter in het produceren van kleding, of is het meer een performer.’ Daarom richt Gatzen zich in de master vooral op de achterliggende drijfveren van studenten. ‘Iedereen heeft een gave, iets wat je met je meedraagt en met de wereld wilt delen. Waar en hoe zich dat afspeelt maakt niet zoveel uit. Mijn ervaring met les geven is, dat als ik iemand contact kan laten maken met zijn werkelijke passie, het leerproces vervolgens eigenlijk vanzelf gaat.’

Onder anderen door haar deelname aan de coöperatie ‘friends of light’, waarmee ze op kleinschalige, duurzame wijze kleding produceert, heeft Gatzen ervaren wat de waarde is van een samenwerking, waarin verschillende talenten gelijkwaardig samenkomen. Zowel dat van de boer om wol of linnen te produceren, als dat van de spinner die er garen van maakt, als van de persoon die de administratie verzorgt, als van Gatzen die haar ontwerpervaring inbrengt – samen bepalen zij de kwaliteit van een jasje. Het ene kan niet zonder het andere, dat is wat Gatzen haar studenten ook wil laten ervaren.

Narcistisch mechanisme
Zelf verliet Pascale Gatzen de kunstacademie als een veelbelovend talent. Met een groepje medestudenten van de modeopleiding in Arnhem, waaronder Viktor&Rolf, Saskia van Drimmelen en Lucas Ossendrijver, presenteerde zij zich onder de naam Le Cri Neérlandais in Parijs. ‘Ik heb heel hard mijn best gedaan om aan het beeld van de ambitieuze modeontwerper te voldoen – en met succes.’ Tot ze eind twintig helemaal vastliep. ‘Ik zat voor een jaar in New York en ik moest twee collectiepresentaties voorbereiden, één in Parijs en één in New York. Maar er kwam niks meer uit mijn handen, mijn lichaam weigerde compleet. Er was al een tijdje het gevoel dat het jasje van de succesvolle modeontwerper me niet meer paste, dat ik eruit was gegroeid. Maar ik liep ook aan tegen een narcistisch mechanisme in mijzelf: steeds weer bewijzen hoe goed en bijzonder ik was. Als ik niet de beste was, wist ik echt niet meer wie ik was.’ Uiteindelijk ontdekte ze dat ze vooral in een uitwisseling met anderen wilde bijdragen en vond ze haar weg in het onderwijs. Voor zij naar Arnhem kwam werkte zij tien jaar bij de Parsons School of Design in New York.

Mode als fenomeen dat inspireert en verbindt
Deze persoonlijke ervaring maakt overigens niet dat Gatzen studenten zal afraden om tot de modewereld toe te treden. ‘Er was in het begin even de verwarring dat ik mode niet meer leuk zou vinden. Dat is absoluut niet zo: ik houd heel erg van mode! We hebben een student die graag bij een groot modehuis wil werken. Ik zou iemand nooit tegenhouden. Ik wil juist dat de studenten de energie ontdekken waarop ze door kunnen bewegen. Er mag geen moralistisch oordeel in een leerproces zitten. We zijn niet gefocust op een vast waardesysteem, daarmee kun je niet tot nieuwe vormen komen. Ik herken en waardeer in de mode alleen hele andere kwaliteiten dan op dit moment in onze samenleving overheersen. Ik ken de mode als een fenomeen dat inspireert en zich tussen mensen afspeelt, ik waardeer de schoonheid van een goed ontworpen kledingstuk. Met ‘friends of light’ maak ik ook nog steeds kleding, dat heeft alleen niets meer te maken met mezelf bewijzen op een internationale catwalk. Als het jasje een goed product is, in materiaal en in ontwerp dan komt dat ten goede aan het hele ecosysteem, aan alle mensen die betrokken zijn bij de totstandkoming van het jasje.’

Het gaat haar aan het hart dat mensen in onze maatschappij steeds aan een standaard moeten voldoen. ‘Mijn neefje is gediagnostiseerd met een autistische stoornis. Het is zo’n mooi, wonderlijk mannetje, maar hij wordt op school voortdurend geconfronteerd met zijn onvermogen. Mijn verlangen is dat iedereen gezien wordt en vanuit zijn eigen manier van zijn mag bijdragen. De tragiek van onze samenleving is dat wij instituten hebben opgericht die bepalen waar mensen aan moeten voldoen. Het verschil tussen mensen, dat ieder op zijn eigen manier mooi en wonderlijk is, is de allermooiste gift die we hebben. Ik probeer hier in Arnhem een wereld te faciliteren, waarin dat zichtbaar mag zijn. Dat gaat over verbinding, met jezelf en met de ander, over passie, liefde en empathie: als we onze behoeftes leren kennen, herkennen we ook beter de behoeftes van anderen.’

Dit interview maakt deel uit van een reeks die ik maakte voor het webmagazine Talent van Het Nieuwe Instituut.

Toon alle interviews

Keer terug naar de homepage